Het bezette Maagdenhuis was dé plek waar over de toekomst van de universiteit werd gesproken. Nu is het zaak om dat gesprek voort te zetten. Verschillende publicaties wijzen de weg. ‘Het einde van het debat is nog niet in zicht.’

tekst Harmen van der Meulen

Als de UvA had kunnen toestaan dat haar sociologie- en antropologiestudenten in eigen beheer goedkope koffie en tosti’s konden blijven serveren, had de Maagdenhuisbezetting van 2015 misschien wel nooit plaatsgevonden. Maar helaas, in ieder geval voor Louise Gunning, het contract met cateringsbedrijf Eurest liet geen ruimte voor andere partijen op de interne UvA-voedselmarkt. Dus ook niet voor hapjes en drankjes in de Common Room, de kantine van het Spinhuis die studenten tot grote tevredenheid van de gebruikers zelf bestierden, totdat hun opleidingen in 2014 van hun charmante hofje in de binnenstad naar het moderne Roeterseilandcomplex verhuisden.

De goede oude tijd
Een kop koffie kostte in de Common Room maar veertig cent, als je een mok gebruikte (in plaats van een wegwerpbekertje) zelfs nog een dubbeltje minder. Voor het milieu was dat. En als je je portemonnee was vergeten, dan betaalde je toch de volgende keer? En dat deed je dan ook nog, al was het maar omdat je niet wilde dat dat leuke antropologiemeisje – dat je in goed vertrouwen en met een prachtige glimlach je koffie schonk – dacht dat je een klaploper was. Wie weet kwam je haar de volgende donderdag wel tegen op de borrel.

Zo was het in de goede oude tijd, of om precies te zijn, in 2002, toen ik sociologie ging studeren en vrijwel niemand nog een idee had wat er onder ‘rendementsdenken’ verstaan moest worden. In de Common Room trof ik mijn medestudenten, zowel voor als achter de bar, en werd in al mijn simpele studentennoden voorzien: goedkope koffie en lekkere broodjes, op donderdag na vijf uur koud bier voor een euro en de asbakken op tafel. Nu onvoorstelbaar, maar er mocht toen nog binnen gerookt worden – in een UvA-gebouw. Geen wonder dat de sluiting van het Spinhuis, en daarmee het einde van de Common Room zoals die in het Spinhuis bestond, verzet opleverde: in september 2014 werd het op dat moment leegstaande Spinhuis gekraakt door studenten. De reden: zij wilden protesteren tegen het opheffen van de Common Room als ‘autonome plek’.

Hoewel de studenten in de berichtgeving toen consequent ‘krakers’ werden genoemd, weten we nu dat ze met hun actie eigenlijk de eerste bezetters waren, de voorbode van de Maagdenhuisbezetting die een halfjaar later zou plaatsvinden. Dat is in ieder geval zoals redacteur Casper Thomas van De Groene Amsterdammer het schetst in zijn boek over de Maagdenhuisbezetting, Competente rebellen: ‘Het Spinhuis fungeerde als plek waar de revolutie werd voorbereid.’ Een van de ‘Spinhuiskrakers’ vertelde aan Thomas hoe belangrijk het was in de aanloop naar de Maagdenhuisbezetting om als activisten zo’n eigen plek te hebben: ‘Ongelooflijk belangrijk. (…) Er was een plek waar mensen naartoe konden komen als ze gelijkgestemden wilden ontmoeten.’

Wereldwijde opstand
Thomas’ boek is niet de eerste substantiële publicatie die aan de voorlopig laatste Maagdenhuisbezetting gewijd is, die eer is weggelegd voor online filosofisch tijdschrift Krisis, dat begin september een speciale Maagdenhuiseditie uitbracht, met bijdragen van wetenschappers uit binnen- en buitenland. Onder redactie van socioloog Rogier van Reekum die aan de UvA promoveerde; ook een oud-‘Spinhuisbewoner’ dus. Van Reekum beschrijft in zijn inleiding van het themanummer wat volgens hem de belangrijkste les is geweest van de bezetting: ‘There were alternatives after all!’ Diezelfde gedachte – er zijn andere mogelijkheden – spreekt uit de door Casper Thomas opgetekende woorden van Ewald Engelen, uitgesproken op het Spui op de dag van de ontruiming van het Maagdenhuis: ‘Hier in het Maagdenhuis is een groot internationaal debat over universiteiten begonnen. En het einde daarvan is nog niet in zicht. Alom groeit het verzet tegen het laatkapitalistische rendementsdenken.’ Thomas zelf durft het zelfs nog sterker uit te drukken: ‘Een wereldwijde opstand der intellectuelen is aan het ontstaan.’

Wie het nummer van Krisis leest, kan niet anders dan Thomas en Engelen gelijk geven. Naast van Van Reekum (tegenwoordig post-doc aan de Erasmus Universiteit (EUR)), bevat het nummer bijdragen van medewerkers en studenten uit vele verschillende disciplines, afkomstig van zowel Nederlandse (Amsterdam, Leiden, Rotterdam, Twente, Utrecht) als buitenlandse (Florence, Lincoln, Trondheim) universiteiten. De uitspraak die onderwijsminister Jet Bussemaker onlangs in een interview in Folia deed – ‘Vergeet niet: de protesten vonden in een groot deel van het land helemaal geen weerklank’ – doet dan ook vermoeden dat zij niet bepaald de vinger aan de pols heeft van de academie.

Dialoog
In het bezette Maagdenhuis heeft minister Bussemaker zich niet laten zien, al is dat naar eigen zeggen niet omdat zij niet wilde, maar omdat de bezetters het niet eens konden worden: ‘Er was altijd wel iemand tegen mijn komst of tegen het onderwerp dat we wilden bespreken.’ Haar woorden lijken een echo van die van oud-CvB-voorzitter Louise Gunning, die op de eerste avond van de bezetting, 25 februari, wel naar het Maagdenhuis kwam, maar met voor iedereen hoorbare tegenzin. ‘Willen jullie ons niet hier? Gebruik onze tijd goed,’ peperde ze haar gehoor in, toen gespreksleider Jaap Oosterwijk haar ten overstaan van een vol Maagdenhuis en een aan de livestream gekluisterde twittergemeenschap maande te wachten met spreken tot het haar beurt was. In de General Assembly, zoals die in het Maagdenhuis plaatsvond, had niemand meer spreekrecht dan een ander, legde Oosterwijk haar uit. Ook een collegevoorzitter niet. Het kostte Gunning de hele avond zichtbaar moeite haar ergernis te verbergen, al lachte ze nog wel toen ze, nadat ze herhaaldelijk in de rede was gevallen, de inmiddels historische woorden sprak: ‘Don’t you want a dialogue?

Dat een dialoog, of in ieder geval een gesprek, juist wel was wat de bezetters wilden, bleek toen er iemand met hen in plaats van tot hen kwam spreken: de burgemeester, Eberhard van der Laan. Thomas beschrijft diens optreden als volgt: ‘Hij speelde de rol van mediator, iemand die alle partijen het gevoel gaf dat ze begrepen werden.’ Van der Laan deed zijn best naar de aanwezigen te luisteren en in tegenstelling tot Gunning wachtte hij geduldig tot hij het woord kreeg van de gespreksleider. Toen hij na een uur debatteren – het was inmiddels half twee ’s nachts – het Maagdenhuis verliet, was er iets gegroeid, en meer dan alleen de populariteit van de burgemeester. Thomas: ‘Dit platform, spontaan gevormd en feitelijk illegaal, werd serieus genomen door het stadsbestuur.’ Dat was het begin.

Flinke resultaten
Zes weken, en vele vergaderingen, lezingen, optredens, steunbetuigingen, opiniestukken, Kamervragen en televisie-items later, kwam er op 11 april 2015 een einde aan de langste Maagdenhuisbezetting uit de geschiedenis. Op dat moment al een bezetting met gevolgen, schrijft Thomas: ‘Ze hadden flinke resultaten geboekt. Speciaal aangestelde commissies zouden de financiële situatie en de interne democratie van de UvA gaan onderzoeken. (…) De UvA had toegezegd een studentlid aan het CvB toe te voegen, en er lag een “tienpuntenplan” waarin de universiteit meer inspraak en transparantie beloofde.’

De Maagdenhuisbezetting eindigde zoals hij was begonnen: met de ME die op verzoek van het CvB werd ingezet tegen haar eigen studenten en medewerkers. Dat het eerdere ingrijpen van de ME in het Bungehuis (en de toen door het CvB van studenten geëiste dwangsom van 100.000 euro) de steun voor het protest alleen maar had aangewakkerd, was kennelijk niet doorgedrongen bij het CvB. De rekening voor die inschattingsfout, in de vorm van de COR en CSR die hun vertrouwen in het bestuur opzegden, kwam terecht bij de collegevoorzitter: ‘Louise Gunning, tegen wil en dank het gezicht geworden van een onverzettelijk universiteitsbestuur, nam ontslag.’

Een nieuw verhaal
De bezetting is afgelopen, maar het debat over rendementsdenken en de toekomst en rol van de universiteit gaat voort; Casper Thomas’ Competente rebellen zal niet het laatste boek zijn dat over deze kwesties geschreven is. De vele gezichts- en standpunten die in Krisis zijn verzameld laten zien dat het hier om veel meer gaat dan de simpele tegenstelling: voor of tegen de bezetters. Volgens de vicevoorzitter van de Jonge Akademie, EUR-hoogleraar Willem Schinkel, is er een nieuw, overtuigend verhaal nodig over de plaats van de universiteit in een democratische samenleving: ‘we need a way of saying that democracy at large is helped by the existence of public universities.’ Volgens Schinkel bestaat het protest tegen academisch kapitalisme te vaak uit een vorm van academisch conservatisme, vooral gericht op het beschermen van eigen privileges in plaats van op het publieke belang. Hij ziet het als pure noodzaak dat de universiteit haar publieke belang opnieuw gaat legitimeren: ‘If we cannot find ways to do this, we will end up without convincing arguments for being publicly funded.

De introductiealinea’s van dit stuk doen inmiddels misschien wat onbenullig aan, met dat gemijmer over goedkope koffie, bier en broodjes. Toch zijn dat zaken die mensen, zeker studenten, kunnen binden. En als de Maagdenhuisbezetting iets heeft laten zien, dan is het dat binding belangrijk is. De binding tussen studenten en docenten, tussen bestuur en werkvloer, tussen de universiteit en de samenleving. Echte, emotionele binding kan niet worden afgedwongen door financiële verplichtingen, externe controle of prestatieafspraken met ministeries, maar moet in vrijheid ontstaan, binnen de academie als gemeenschap. Daarvoor is het nodig dat mensen met elkaar kunnen spreken, en dat zij dat gesprek, al is het noodgedwongen, willen aangaan. En dan zijn soms gebeurtenissen als een bezetting nodig, omdat ze wegkijken onmogelijk maken. Zoals Casper Thomas in zijn afsluitende hoofdstuk schrijft: ‘Of je de klachten van de demonstranten nu deelde of niet, als je wilde meepraten over universiteiten moest je een standpunt hebben over democratisering, over rendementsdenken, over de legitimiteit van een via de politiek benoemd CvB.’ Nu het Maagdenhuis ontruimd is, moet het gesprek op andere plekken gevoerd worden. Gelukkig schijnt er op het Roeterseiland inmiddels een nieuwe Common Room te zijn.

Zie www.krisis.eu voor het Maagdenhuisthemanummer van Krisis.
Competente rebellen komt 21 oktober uit bij Amsterdam University Press en wordt die middag om 17.00 uur gepresenteerd in het Maagdenhuis.